AFM
U bent hier:

Alles over geld lenen A - Z

Hier vindt u de meest gebruikte woorden met betrekking tot geld lenen. Klik op de eerste letter van het woord dat u zoekt en lees de bijbehorende omschrijving.


   
 
A - F
AFM (Autoriteit Financiƫle Markten):

Deze overheidsinstantie houdt het toezicht op de markt voor financiële dienstverlening.

Afbetaling:

Bij een koop op afbetaling betaalt u gespreid terug over een langere periode. Het afbetaalde bedrag zal uiteindelijk iets hoger zijn dan de gewone prijs van het product. Dit komt doordat er rente en/of administratiekosten worden berekend.

Aflossing:

Bij het terugbetalen van een lening betaalt u één bedrag, dat eigenlijk bestaat uit twee delen: rente en aflossing. Met de aflossing betaalt u de lening zelf terug. De rente is een vergoeding voor het lenen.

BKR (Bureau Krediet Registratie):

Het BKR, gevestigd in Tiel, houdt bij wie in Nederland een lening heeft afgesloten in welke vorm dan ook (leningen, kredieten, creditcards, winkelpassen) en wie hierin een betalingsachterstand heeft. Dit geeft een volledig beeld van het leen- en aflosgedrag en de aflossingscapaciteit van de potentiële kredietnemer. Het BKR is er in eerste instantie om te voorkomen dat iemand financieel gesproken teveel hooi op zijn vork neemt. Lees meer over wat een BKR registratie inhoudt

BKR toetsing:

Zodra u bij een kredietinstelling een kredietaanvraag doet, wordt direct bij het BKR gecheckt of u betalingsachterstanden hebt en wat u in uw positie en met uw inkomen maximaal aankan. Dit gebeurt veelal geautomatiseerd. U kunt een overzicht van uw eigen gegevens via uw bank opvragen.

Betalingsregeling:

Wie een achterstand oploopt bij het terugbetalen van een lening, kan in overleg met de kredietverstrekker een betalingsregeling treffen. Op deze manier wordt de lening wel terugbetaald, maar bijvoorbeeld in een andere looptijd.

Boeterente:

Wie niet aan de betalingsverplichtingen kan voldoen en een achterstand oploopt met de aflossing, betaalt over het achterstallige bedrag een extra rentebedrag. Dit wordt ook wel boeterente genoemd. Niet alle kredietverstrekkers berekenen boeterente.

Consumptief krediet:

Als je geld leent om iets te kopen dat maar een beperkt aantal jaren meegaat, dan wordt gesproken van een consumptief krediet. De persoonlijke lening, het doorlopende krediet en ook de rekening courant zijn vormen van consumptief krediet.

Creditcard:

Betaalpas waarmee je op krediet aankopen kunt doen. De verkoper ontvangt het geld van de creditcardmaatschappij en je betaalt het bedrag later (eventueel in delen) terug.

Doorlopend krediet:

Een doorlopend krediet, ook wel continu krediet genoemd, is een populaire leenvorm waarbij de lener de beschikking krijgt over een bepaald maximumbedrag. Hij mag zelf weten wanneer en hoeveel van dit geld hij opneemt en hij mag ook weer bedragen terugstorten. Bij een doorlopend krediet betaal je alleen rente over het bedrag dat je daadwerkelijk hebt opgenomen. Het rentepercentage is altijd variabel.

Effectieve rente:

Het effectieve kredietvergoedingspercentage op jaarbasis is een prijsaanduiding voor de lening. Hierin komen alle kosten van de lening tot uitdrukking.

Financiƫle bijsluiter:

De financiële bijsluiter zorgt ervoor dat de aanbieder van een ingewikkeld financieel product informatie aan de consument geeft over rendementen, risico’s en kosten. Goede en begrijpelijke informatie zorgt ervoor dat de consument in staat is om verantwoorde beslissingen te nemen bij de aanschaf van een ingewikkeld product.

 
 
 
Naar boven G - L
Intermediair:

Een intermediair is een tussenpersoon die leningen of hypotheken van verschillende aanbieders verkoopt. Hij werkt meestal op provisiebasis: hij krijgt een vergoeding van de verzekeraar of de bank waarvoor hij bemiddelt.

Kredietbescherming:

Wanneer u geld leent, heeft u er een nieuwe financiële verplichting bij. Soms kunt in een situatie raken (bijvoorbeeld werkloosheid of arbeidsongeschiktheid), dat afbetaling niet meer of maar gedeeltelijk mogelijk is. U kunt deze risico’s verkleinen door een kredietbescherming af te sluiten. De kredietverstrekker neemt dan tijdelijk uw verplichtingen over.

Kredietlimiet:

Het maximaal te lenen bedrag. Bij het bepalen van je maximale kredietlimiet kijkt een geldverstrekker onder meer naar je inkomen, je vaste lasten en je persoonlijke omstandigheden.

Kredietnemer:

(Autoriteit Financiële Markten): Deze overheidsinstantie zorgt voor het toezicht op de markt voor financiële dienstverlening.

Kredietsom:

Het geleende bedrag.

Kredietvergoeding:

De rente en kosten die de kredietgever in rekening brengt. Een ander woord voor rente.

Kredietverlener:

Financiële instelling die het krediet verstrekt.

Looptijd:

De periode waarin je de lening moet terugbetalen, meestal uitgedrukt in maanden. Bij een doorlopend krediet is er alleen sprake van een theoretische looptijd. Je kunt afgeloste bedragen namelijk altijd opnieuw opnemen.

 
 
 
Naar boven M - P
Maandbedrag:

Het bedrag dat je maandelijks kwijt bent aan rente en aflossing samen.

NIBUD (Nederlands Instituut voor Budgetvoorlichting):

Het NIBUD geeft neutrale voorlichting over hoe mensen om moeten gaan met hun budget en wat ze kunnen doen als dat niet goed lukt.

Offerte:

Wie op zoek gaat naar een lening, kan bij verschillende aanbieders een offerte aanvragen. De offerte geeft o.a. aan wat de kosten van de lening zijn. Het aanvragen van een offerte schept geen verplichtingen.

Oversluiten:

Het onderbrengen van een bestaande lening bij een andere geldgever of het opnieuw afsluiten van een bestaande lening bij dezelfde geldgever tegen een lagere rente. Soms zijn aan het oversluiten van een lening (boete)kosten verbonden.

Persoonlijke lening:

Een simpele en populaire leenvorm waarbij de hoogte van het leenbedrag, de looptijd, de termijnbedragen en de hoogte van de rente vastliggen. Je krijgt het totale leenbedrag in één keer uitgekeerd en betaalt het bedrag (plus rente) via periodieke betalingen binnen een vooraf afgesproken periode terug.

Prospectus:

Schriftelijke beschrijving van de belangrijkste kenmerken van een bepaald product.

 
 
 
Naar boven Q - U
Rente:

De periodieke vergoeding die de geldverstrekker in rekening brengt voor het feit dat hij u geld leent. De rente is een percentage van de kredietsom.

Restwaarde:

De restwaarde is het bedrag waarmee u een deel van de geleende som (bijvoorbeeld 25%) in één keer aan het einde van uw looptijd terug betaalt. Deze vorm van financieren wordt veel gebruikt in de auto-, motoren- en caravanbranche. Aan het einde van de looptijd van de lening kunt u namelijk met de inruilwaarde van uw aankoop de restwaarde voldoen.

Uitstaand saldo:

Het op enig moment door de kredietnemer aan de kredietgever verschuldigde bedrag inclusief de tot aan dat tijdstip opgebouwde rente.

 
 
 
Naar boven V - Z
Vertragingsvergoeding:

Een extra bedrag dat in rekening wordt gebracht in geval van een betalingsachterstand. Normaal gesproken gaat het hier om een (rente)percentage van het openstaande bedrag.

Vervroegde aflossing:

Het eerder dan afgesproken betalen van een of meer termijnbetalingen. In sommige gevallen brengt de geldverstrekker hiervoor een boetebedrag in rekening.

WCK (Wet op het Consumptief Krediet):

Deze wet geeft aan welke rechten en plichten er zijn op het gebied van leningen voor particulieren. Deze wet is grotendeels vervangen door de Wet op Financieel Toezicht.

Wft (Wet financieel toezicht):

De Wet op het financieel toezicht (Wft) is ingevoerd op 1 januari 2007. Deze wet regelt het toezicht op de financiële sector in Nederland. In deze wet zijn alle regels en voorschriften voor financiële markten en het toezicht daarop samengebracht.

 

Naar boven